1978 - Boccaccio
De operette Boccaccio werd uitgevoerd op 8 & 9 april 1978 in De Schouw, Uden
| Muzikale leiding |
|
Cees van Gorp |
| Regie |
|
Rudi Vogler |
| Regieassistente |
|
Thea Coolen |
| Piano |
|
Co Wijs |
| Choreografie |
|
Grete Kieser |
| Muzikale begeleiding |
|
Groot beroepsorkest |
| |
| Giovanni Boccaccio |
|
Frans van Dun |
| Pietro, Prins van Parma |
|
Ad Verschuren |
| Lotteringhi, Kuiper |
|
Cees Mast |
| Isabella, zijn vrouw |
|
Elly Groenen |
| Lambertuccio, kruidenkoper |
|
Gerard van Dongen |
| Petronella, zijn vrouw |
|
Wil Smit |
| Fiametta, hun pleegdochter |
|
Thea Vermeulen-Peek |
| Hertog van Toscane |
|
Jos Ryers |
| Polycarpio, Mojordomus van de Hertog |
|
John Snijders |
| Leonette Boccaccio |
|
Ton Otten |
| Fresco, leerling kuiper |
|
Moilly Kusmic |
| Checco |
|
Dré Verkerk |
| Soldaat |
|
Piet Overgaag |
| Studenten |
|
Ans van de Busken, Elly Waals, Jaap Rinkel en Joop van Duyn |
| Gezellen |
|
Piet Overgaag, Marie van Driel, Jos van Kampen en Dré Verkerk |
| Ballet |
|
Anneke Egstdorf, Marion Hugbregtse, Ans Kat, Ellen Kok, Fien van de Meulen, Louise Steenvoorden, Tanja Schiedon en Theo Nelen |
Boccaccio met bravoure gebracht
In een uitverkochte 'Schouw' te Uden, heeft de Udense operettevereniging onder veel bijval een uitvoering gegeven van Suppé's 'Boccaccio'. Deze operette in drie bedrijven op tekst van F. Zell en Richard Genee, had zijn première op 1 februari 1879 in het Carl-theater te Wenen. Enthousiast met veel bravoure werd zaterdag het werk ten tonele gebracht. De Udense Operettevereniging had vanwege haar eerste lustrum voor iedere dame bij de entree van het prachtige 'schouwburgje' een roos. Dit leuke idee gaf meteen iets feestelijks en kleurrijks.
De componist Franz von Suppé, geboren 1819 in Spalato; nu Split, heeft met 'Boccaccio' een meesterwerk gecreëerd dat zich op de grensgebied van de operette en de komische opera beweegt.
De geschiedenis speelt zich af in Florence, in het jaar 1331. In Florence gaat het amoureus aan toe. De vrouwen van de stad zijn in allerlei liefdesgeschiedenissen verzeild geraakt en de echtgenoten schijnen zonder uitzondering hun rechten te willen gaan nemen. Daardoor ontstaan er allerlei verwikkelingen, wat allemaal een happy-end krijgt. Mooie ensembles, melodieuze liederen en onvervalste walsen verdringen elkaar als het ware, om de aandacht van de toehoorders op te eisen.
Boccaccio's succes staat of valt vanzelfsprekend met de vertolkers van de hoofdrollen, waarvoor de Udense Operettevereniging solisten van buitenaf had aangetrokken. Over het geheel genomen kwamen de rollen goed uit de verf, al zijn er wel enkele kanttekeningen te maken. De verstaanbaarheid van de gesproken teksten waren zo nu en dan wat zwakjes. Vooral de rol van Elly Groen en Wil Smit waren soms in het uitgesprokene onduidelijk. Daarentegen heeft Elly Groen een mooie stem, waarmee ze de toehoorders wist te boeien. Zo werd het Rozenduet met Frans van Dun, muzikaal gebracht. Boccaccio heeft een grote stem en weet met veel zwier zijn rol gestalte te geven. Komisch en met veel elan gaven alle solisten goed partij. Vermeldenswaard is de partij van Gerard van Dongen, die veel vreugde aan zijn rol gaf. Wil Smit(Peronella) heeft een goede stem, maar alles moet nog wat meer souplesse krijgen, met name het acteren mag wel meer ontspannen zijn. Jammer dat de slotscène van het eerste bedrijf detoneerde. Enkele vergissingen tussen orkest en koor werden teniet gedaan door de goede koorklank en de vaart waarmee alles gespeeld werd.
De Prins van Parma, Ad Verschuren, acteert beter dan het vocale gedeelte en de kleinere rollen, Thea Vermeulen, Jos Reyers, John Snijders, Ton Otten, Dré Verkerk en studente leverden een waardevolle bijdrage.
De begeleiding was in handen van een uit achttien man bestaande groep beroepsmusici. Deze leverde niet altijd de inspirerende impuls, waarmee de amateurs vaak naar grote vorm worden begeleid. Slordigheden in het samenspel, vooral het pizzacati in de strijkers, intonaties in de blaaspartijen maakten een povere indruk. Maar hier zal ook wel meer de financiën een woordje meespreken, bijvoorbeeld te weinig repetitie, waardoor de eenheid tussen orkest, solisten en koor niet aanwezig was. Een uitzondering willen we maken voor de hoornist die zijn solo in de ouverture de juiste sfeer wist mee te geven. Dirigent Cees van Gorp wist toch alles in goede banen te houden, al dreigde het wel eens te ontsporen.
De regie was soms wat statisch, maar waarschijnlijk waren de zenuwen te strak gespannen, wat meestal het euvel is bij een première. De massascènes waren op deze ruimte wel flexibel. Kostuums waren smaakvol en vrij authentiek. De belichting mag wel wat meer gericht zijn op de solistische rollen. De balletgroep deed het wel aardig, maar waarom moet alles met zo'n 'ernstige expressie'. De prima donna daarentegen had een uitstekende uitstraling.
De Udense Operettevereniging heeft in haar korte bestaan getoond, een waardevol koor te zijn, waar de Udense gemeenschap trots op kan zijn. Met een kleurrijke en meeslepende slotscène, een enthousiast publiek dat gul was in zijn applaus, werd deze uitvoering fraai besloten.